Vergeten kind in afgesloten auto: ontslag op staande voet voor kinderleidster?

11/05 2016

Hof Den Haag acht ontslag op staande voet terecht bij het vergeten van een kind in een warme auto door kinderleidster.

Een werkneemster bij een professioneel kinderdagverblijf vergeet tijdens een uitstapje een van de kinderen uit de auto te halen. Het tweejarige kind verbleef 1,5 uur lang in een hete, afgesloten auto, maar bleef gelukkig ongedeerd. Het kinderdagverblijf ontslaat de werkneemster op staande voet. Waar de kantonrechter geen dringende reden aannam en een ontslag op staande voet een ‘te vergaand middel’ heeft geacht, kwam het Hof Den Haag op 23 februari 2016 tot een ander oordeel.

Een groepsleidster bij een instelling voor kinderopvang vervoert op een warme zomerdag vier kinderen in haar eigen auto naar een speeltuin. Ongeveer 1,5 uur na aankomst wordt opgemerkt dat er een kind ontbreekt. Na een zoektocht blijkt dat werkneemster vergeten is om het tweejarige kind uit de afgesloten en warme auto te halen. De werkgever heeft de werkneemster op staande voet ontslagen, aangezien er een grove fout is gemaakt die tot zeer ernstige gevolgen had kunnen leiden. De kantonrechter oordeelde dat een ontslag op staande voet niet op zijn plaats was om de volgende redenen. Werkneemster was na ontdekking van het voorval hevig ontdaan, geschrokken en geëmotioneerd. Het achterlaten van het kind in de auto was een menselijke fout. Werkneemster had tot aan het voorval ruim drie jaar naar behoren gefunctioneerd, had een betrekkelijke jonge leeftijd en de gevolgen van het ontslag op staande voet zouden groot zijn voor haar (zij zou o.a. niet in aanmerking komen voor een WW-uitkering). Een minder vergaande maatregel acht de kantonrechter meer passend en de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e (ontbinding wegens het verwijtbaar handelen van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren). Er is wel aanspraak op een transitievergoeding omdat volgens de kantonrechter geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid.

Het Hof acht wél een dringende reden aanwezig om ontslag op staande voet te rechtvaardigen. De werkneemster is onaanvaardbaar tekortgeschoten in de kern van datgene waarvoor zij door de werkgever was aangenomen: de zorg voor de aan haar toevertrouwde kinderen. Dat het gaat om een niet opzettelijke, menselijke fout en dat zelfs sommige ouders wel eens een vergelijkbare fout maken, leidt niet tot een ander oordeel. Een omstandigheid die het Hof sterk heeft laten meewegen, is het feit dat niet de werkneemster zelf (de meest ervaren leidster), maar haar veel jongere collega na anderhalf uur opmerkte dat zij een kind miste. Daarnaast wordt opgemerkt dat er extra oplettendheid van de leiding mag worden verwacht bij een dergelijk extern uitstapje. Werkneemster heeft enkel onderzocht of er voldoende zitplekken in de auto waren en heeft de kinderen zowel voor vertrek, als bij aankomst niet geteld. Volgens het Hof moeten ouders erop kunnen vertrouwen dat hun kind (hun “kostbaarste bezit”) de vereiste zorg en aandacht krijgt bij professionele kinderopvang en dat daarom van leidsters in kinderopvang mag worden verwacht dat zij de aan hen toevertrouwde kinderen met de grootst mogelijke zorg omringen. Daarin is werkneemster volstrekt tekort geschoten, aldus het Hof. Consequentie is dat de transitievergoeding zal moeten worden terugbetaald. De werknemer heeft immers ernstig verwijtbaar gehandeld en dan is er geen aanspraak op de transitievergoeding.