Auteur Merle van den Berg
Categorie Signalering

Beantwoording Kamervragen over zorgmedewerkers die vaccinatiedruk ervaren: is er sprake van vaccinatiedwang- en/of drang?

23/04 2021

Eind maart verscheen een nieuwsbericht van BNR getiteld, ‘Zorgmedewerkers ervaren vaccinatiedruk’. De medewerkers van tientallen zorginstellingen zouden druk ervaren om zich te laten vaccineren tegen COVID-19. CDA-Kamerleden Palland en Van den Berg eisten opheldering en stelden dan ook meerdere vragen over dit artikel aan demissionair ministers Koolmees en De Jonge. Van vaccinatiedwang- en/of drang mag volgens hen geen sprake zijn. De ministers beantwoordden op 21 april jl. de vragen van de Kamerleden.

Uit het nieuwsbericht van BNR van 26 maart jl., blijkt dat een deel van het zorgpersoneel zich onder druk gezet voelt door hun werkgever en door collega’s om zich te laten vaccineren tegen COVID-19. Zo blijkt bijvoorbeeld dat personeel dat zich niet laat vaccineren, beschuldigd wordt van besmettingen onder collega’s en patiënten. Ook wordt gesteld dat werkgevers dreigen met ontslag, loonstopzetting en dat sprake is van emotionele chantage. Mede gezien de relatief hoge vaccinatiebereidheid onder zorgpersoneel, hebben werkgevers natuurlijk veelal vrij spel. Medewerkers die de keuze maken zich niet te laten vaccineren, hoeven daarnaast op weinig steun van collega’s te rekenen. Dat zet de onderlinge verhoudingen op scherp, volgens het nieuwsbericht.

Er wordt gesproken over vaccinatiedwang en/of drang. Het nieuwsbericht leverde daarom veel ophef op. CDA-Kamerleden Palland en Van den Berg eisten opheldering rondom deze kwestie en legden dan ook een aantal vragen voor aan demissionair ministers Koolmees en De Jonge.

Beantwoording van de Kamervragen

Bij de beantwoording van de Kamervragen, stellen de ministers voorop dat sprake was, is én blijft van intensief contact met zowel werkgevers- als werknemersorganisaties over de voortgang van het vaccinatieproces.

Uit dat contact komt naar voren dat vanuit de werknemersorganisaties aangegeven dikwijls signalen te krijgen van werknemers die de oproep tot vaccinatie en de uitleg daarover als dwingend ervaren. Zo zijn daarover in de afgelopen vier weken circa 20 meldingen gemaakt.

Vanuit de werkgeversorganisaties volgt echter een ander bericht, namelijk dat het vaccinatieproces voor het zorgpersoneel zorgvuldig verloopt en er veel aandacht is voor voorlichting en informatieverstrekking. Het vrijwillige karakter van de vaccinatie wordt dan ook benadrukt, aldus de werkgeversorganisaties.

Desalniettemin, worden de oproepen vanuit de werknemersorganisaties door de ministers beschouwd als zorgelijke signalen. Er mag volgens hen geen sprake zijn van dwang of drang betreffende de vaccinatie. Dat moet te allen tijde worden voorkomen.

Het vrijwillige karakter van de vaccinatie moet dan ook centraal staan, blijkt uit de beantwoording van de vragen. Mede gezien de grondrechten van burgers op onaantastbaarheid van het lichaam en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Wanneer iemand om religieuze redenen niet gevaccineerd wil worden, kan ook de vrijheid van godsdienst worden aangetast. Dergelijke grondrechten moeten worden gewaarborgd.Dat neemt niet weg dat het van groot collectief belang is om het nemen van de COVID-19 vaccinatie te stimuleren, ook gezien de achterliggende gedachten van de bescherming van de volksgezondheid en om zo de samenleving te heropenen. Deze milde stimulering van gedrag moet de keuzevrijheid van burgers echter niet in de weg staan. De ministers geven aan het vrijwillige karakter van de vaccinatie ook in de toekomst te blijven benadrukken.

In de praktijk
U kunt als werkgever een werknemer niet op directe wijze verplichten om zich te laten vaccineren. Een werknemer mag een vaccinatie te allen tijde weigeren, gezien het recht op lichamelijke integriteit.

Wel kunnen aan de keuze van de werknemer om zich niet te laten vaccineren in sommige gevallen consequenties worden verbonden, waardoor een indirecte vaccinatieplicht wel tot de mogelijkheden van werkgevers behoort.

Er dient in dit kader altijd een belangenafweging te worden gemaakt tussen de belangen van de werkgever en van de werknemer. In het bijzonder gaat het hier om het zorgen voor een veilige (werk)omgeving door de werkgever enerzijds en het recht op lichamelijke integriteit van de werknemer anderzijds.

Als u vragen heeft over dit nieuwsbericht of over vaccinatie en de arbeidsrelatie, kunt u contact met ons opnemen voor nader advies.

Bron Rijksoverheid, 21 april 2021.