Auteur Monica Smak
Categorie Rechtspraak

Loonvordering van werknemer die op staande voet is ontslagen omdat hij de verkeerde overledene heeft gecremeerd is afgewezen

30/04 2021

De rechtbank Limburg wijst op 21 april 2021 een loonvordering in kort geding af van een werknemer die op staande voet werd ontslagen omdat hij de verkeerde overledene heeft gecremeerd. Bij deze crematie was geen tweede werknemer ingeschakeld, wat volgens de protocollen verplicht is. De werknemer is ontslagen. Hij vordert loondoorbetaling in kort geding. De werknemer stelt dat er wegens drukte vaker geen tweede werknemer aanwezig is bij een crematie, maar het tegendeel wordt gesteld door vele collega’s en het uitvaartbedrijf. De rechter wijst de loonvordering af.

Feiten

Een werknemer is sinds 2015 in dienst bij een crematiebedrijf als ovenist. Voor deze functie heeft hij trainingen moeten volgen en heeft hij een certificaat ontvangen. Voor werkzaamheden met de oven bestaat een handboek dat moet worden gevolgd, waar onder andere in staat dat er een tweede werknemer aanwezig moet zijn bij een crematie (het zogenoemde ‘vier-ogen principe’). De werknemer heeft echter zonder tweede werknemer de crematie uitgevoerd en dus in strijd gehandeld met de protocollen van werkgever. Later die dag werd ontdekt dat de verkeerde overledene door werknemer is gecremeerd.

De werknemer is op staande voet ontslagen. De werknemer bepleit echter dat dit niet rechtvaardig is. Volgens hem is er wel vaker een tweede werknemer niet aanwezig wegens drukte. Werknemer spant een kort geding aan om (achterstallig) loon te vorderen van zijn werkgever.

Oordeel rechtbank

Het uitvaartbedrijf en collega’s van de werknemer hebben uitvoerig uiteengezet hoe de protocollen en het handboek dienen te worden opgevolgd. De werknemer was bekend met deze protocollen en handelde in strijd met de protocollen door geen tweede werknemer in te schakelen en cremeerde daardoor de verkeerde overledene. De werknemer stelt dat er vaker geen tweede werknemer bij een crematie aanwezig is wegens drukte en dat dat ook nu het geval was. Deze stelling is onderbouwd door één collega, maar de rest van zijn collega’s en het uitvaartbedrijf beweren het tegendeel.

Daardoor kan niet in kort geding vast komen te staan of de stelling van werknemer dat er vaker geen tweede werknemer bij een crematie aanwezig is wel of niet klopt. Het is daarom niet gerechtvaardigd is om (vooruitlopend op een bodemprocedure) de loonvordering van werknemer reeds nu toe te wijzen. De loonvordering wordt derhalve afgewezen.

Het handelen in strijd met protocollen levert niet altijd een grond voor ontslag op staande voet op. Indien de protocollen in de praktijk vanwege bepaalde omstandigheden vaker niet worden gevolgd, wordt een ontslag op staande voet niet altijd rechtvaardig geacht. In onderhavige uitspraak bij de kort-geding rechter is uitsluitend een oordeel geveld over de loonvordering van werknemer. Een blog over óf het ontslag op staande voet stand zal houden in de procedure bij de kantonrechter, houdt u nog van ons tegoed.

Als u vragen heeft over deze uitspraak of bijvoorbeeld over (schending van) protocollen, kunt u contact met ons opnemen voor nader advies.

Bron Rb. 21 april 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:3428.