Categorie Rechtspraak

Stageovereenkomst blijkt achteraf arbeidsovereenkomst? Tips voor de praktijk om dit te voorkomen

30/05 2022

Een stage biedt zowel stagiair als werkgever de kans de ander te leren kennen en te toetsen of er een match bestaat. Uit rechtspraak volgt dat een stageovereenkomst nog regelmatig achteraf als arbeidsovereenkomst wordt aangemerkt. Zo heeft de rechtbank Den Haag onlangs twee uitspraken hierover gedaan met nuttige lessen voor de praktijk. Lees meer in deze bijdrage.

Geen stageovereenkomst, wel arbeidsovereenkomst

In één van de uitspraken (14 april 2022) oordeelt de kantonrechter dat de werkzaamheden van de stagiair (tandartsassistente) bij de tandartspraktijk niet in overwegende mate in het teken stonden van het opdoen van kennis en ervaring in het belang van (het voltooien van) de opleiding. De tandartsassistente voerde zelfstandig reële arbeid uit waarvan de tandartspraktijk ‘profijt’ had. De kantonrechter oordeelt dat er wel sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Wel stageovereenkomst, geen arbeidsovereenkomst

In de andere uitspraak (5 april 2022) oordeelt de kantonrechter dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst, omdat de werkzaamheden van de stagiair bij de Tweede Kamerfractie van de VVD onmiskenbaar in het kader van zijn studie Bestuurskunde plaatsvonden. Het zwaartepunt van de stage lag steeds op het verwerven van (werk)ervaring. Daarnaast was niet gebleken dat het primaire doel van de arbeidsprestatie van de stagiair was om (actief) bij te dragen aan de verwezenlijking van het primaire doel van de fractie.

Tips voor de praktijk

Zowel stagiair als werkgever hebben baat bij zekerheid over de juridische kwalificatie van hun (arbeids)relatie. Hoewel de toets zeer casuïstisch is, is het mogelijk om het risico op ongewilde kwalificatie als arbeidsovereenkomst (tot op zekere hoogte) te beperken. Het komt er dan op aan de stage zo vorm te geven dat het verrichten van de werkzaamheden in overwegende mate in het belang is van de opleiding van de stagiair en het leerelement voorop staat.

Nuttige tips voor de praktijk:

  • In het algemeen verdient het aanbeveling om de stage te koppelen aan de lopende opleiding van de stagiair, bijvoorbeeld door de stage enkel aan te gaan met studenten gedurende de looptijd van hun opleiding;
  • In ieder geval dient het opleidingsaspect, het leereffect en de leerdoelen, die gericht zijn op het uitbreiden van de kennis en ervaring van de stagiair en het voltooien van diens opleiding, de gehele stage centraal te staan;
  • Het is af te raden dat de stagiair zelfstandig productieve/reële arbeid uitvoert en zo bijdraagt aan de verwezenlijking van de kernactiviteiten/kerndoelen van de onderneming. In plaats daarvan is het aan te raden dat de stagiair ‘meeloopt’ met een collega/stagebegeleider en (actief) begeleid wordt;
  • Ook is van belang of de stagiair een vergoeding ontvangt en zo ja, wat de hoogte daarvan is. De grenzen van de vergoeding zijn afhankelijk van de branche, maar in het algemeen geldt dat de vergoeding (on)kostendekkend mag zijn, maar niet zo hoog dat het kan worden aangemerkt als ‘loon’;
  • Houd er rekening mee dat ook indien de stageovereenkomst niet als arbeidsovereenkomst wordt aangemerkt, enkele arbeidsrechtelijke bepalingen, zoals die betreffende de arbeidstijden en -omstandigheden en bijbehorende werkgeversaansprakelijkheden, wél van toepassing zijn op de stagiair;
  • Het is absoluut nuttig om de (bovenstaande) afspraken deugdelijk schriftelijk vast te leggen in de stageovereenkomst, maar het is minstens zo belangrijk dat de afspraken en uitgangspunten in de praktijk ook worden nagekomen; immers gaat het wezen voor de schijn en maakt dat de werkelijke invulling doorslaggevend.

Heeft u vragen of twijfelt u of de stageovereenkomst van uw organisatie wel voldoet? Neem dan contact op met L&A Advocaten.

Heeft u een vraagstuk rondom dit onderwerp?

Neem dan gerust en vrijblijvend contact op met Renske van Herpen op telefoonnummer +31 (0)6 15 42 99 23 of per e-mail via: Renske.vanHerpen@lenaadvocaten.nl

Bron Rechtbank Den Haag 5 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3339; Rechtbank Den Haag 14 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:4119