Auteur Ilse Janssen
Categorie Rechtspraak

Whatsappen met collega’s: werk of privé?

23/12 2020

Vrijwel iedereen heeft ermee te maken: een whatsapp-groep met collega’s. Is de inhoud van de whatsapp-gesprekken werk of privé? Deze vraag kwam aan bod in drie aan elkaar gerelateerde uitspraken van de kantonrechter Limburg. Het antwoord van de kantonrechter: de inhoud van whatsappgesprekken is privé. De uitkomst van de zaak is dat het ontslag van drie collega’s die in een whatsappgroep waarop kwetsende uitlatingen worden geplaatst door een van hen, geen stand houdt c.q. de verzochte ontbinding niet wordt toegewezen.

Feiten

Drie buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) werken bij de gemeente Sittard-Geleen. Zij zitten in een whatsapp-groep met collega’s. De whatsapp-groep wordt gebruikt voor afspraken over vakanties, etentjes en relaties en blijkt een uitlaatklep voor frustraties over werk.

In de whatsapp-groep plaatst een van de boa’s uitlatingen waarvan niet in geschil is dat die onbehoorlijk en kwetsend zijn. Een andere deelnemer aan de whatsapp-groep maakt melding van de uitlatingen bij de gemeente en verstrekt alle berichten uit de whatsapp-groep aan de gemeente.

Twee boa’s worden op staande voet ontslagen. De derde boa is tewerkgesteld door de gemeente Maastricht. Deze gemeente kiest voor een ontbindingsprocedure. De kern van de verwijten is dat de boa’s door deelname aan en hun uitlatingen op de whatsapp-groep als ambtenaar van de gemeente niet integer hebben gehandeld, mede gelet op de functie als boa.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter overweegt dat de inhoud van de whatsapp-groep valt onder de bescherming van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Artikel 8

EVRM betreft het recht op eerbiediging van het privéleven. Voor  inmenging in het privéleven moet er een dwingende maatschappelijke behoefte bestaan. De inmenging in het privéleven moet met het nagestreefde doel bereikt worden en deze moet evenredig zijn gelet op het doel. Een inmenging is niet gerechtvaardigd als minder ingrijpende maatregelen voorhanden zijn om het doel te bereiken. De werkgever mag in principe dus niet zomaar kennis nemen van de inhoud van een whatsappgesprek van een werknemer.

De gemeente had, zo meent de kantonrechter, zelf om toestemming kunnen vragen aan de boa’s om kennis te nemen van de inhoud van de whatsapp-groep. Dat was minder ingrijpend geweest, dan de wijze waarop de werkgever nu heeft kennisgenomen van de inhoud. De kantonrechter overweegt echter dat niet als algemene regel geldt dat de rechter geen acht mag slaan op onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal, voor zover daarvan al sprake is. Het niet vragen van toestemming weegt de kantonrechter wel mee in de beoordeling wel mee in de procedure in het nadeel van de gemeente.

Vervolgens passeren diverse feitelijke omstandigheden de revue die in het voordeel van de boa’s zijn, waaronder:

  • de uitlatingen zijn gedaan in een besloten whatsapp-groep met vijf deelnemers / collega’s, die vrienden van elkaar zijn;
  • de uitlatingen zijn niet netjes, maar ook niet grof en zijn niet in het openbaar gedaan;
  • ten aanzien van de boa die de uitspraken doet, valt niet in te zien dat hij niet te corrigeren is in zijn gedrag;
  • de boa’s hebben een goede staat van dienst;
  • het voorval is reeds in de regionale pers geweest.

Opvallend is dat de twee boa’s die de uitlatingen niet hebben gedaan, wel door de kantonrechter worden aangesproken dat zij zich niet kunnen verschuilen achter de stelling dat zij de uitlatingen niet hadden gelezen. Door deelname aan een  whatsapp-groep kunnen de uitlatingen van anderen in zekere zin toch worden aangerekend.

Dit leidt tot de conclusie dat het gegeven ontslag op staande voet geen standhoudt, noch het ontbindingsverzoek.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak geeft inzicht in de wijze waarop een rechter beoordeelt welke waarde kan worden toegekend aan whatsapp-gesprekken tussen werknemers in het kader van een ontslagprocedure. De uitspraak is wel vergaand. De rechter oordeelt dat deelname aan een whatsapp-groep waarin (kwetsende) uitlatingen worden geplaatst, reeds voldoende aanleiding kan zijn om uitlatingen van andere personen in die whatsapp-groep aan te rekenen. Het maakt dan dus niet uit of de berichten ook daadwerkelijk zijn gelezen. Het is de vraag of andere kantonrechters in gelijke zin oordelen.

De inhoud van een whatsapp-groep met collega’s dient in beginsel te worden beschouwd als privé. Dat gebruik is gemaakt van whatsapp op de werktelefoon maakt dit oordeel, aldus deze rechter, niet anders. Hoewel de inhoud van (privé)whatsappgesprekken in principe gebruikt kan worden in een procedure, dient een werkgever erop bedacht te zijn dat het zonder toestemming inzien van whatsappgesprekken wel in het nadeel kan werken bij een ontslagprocedure.