Categorie Rechtspraak

Ziet de ontbindingsgrond ‘verstoorde arbeidsverhouding’ ook op situaties waarin sprake is van een horizontale verstoring van de arbeidsverhouding?

20/08 2019

Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt expliciet dat de rechter bij de toepassing van de ontslaggronden de vrijheid heeft om – onder omstandigheden – een horizontale (ernstige en duurzame) verstoring onder te brengen bij de g-grond.

Werkneemster is sinds 1990 in dienst bij werkgever, laatstelijk in de functie van administratief secretarieel medewerker. Door bezuinigingsmaatregelen heeft werkgever de nodige organisatiewijzigingen doorgevoerd, waaronder het samenvoegen van de secretariële medewerkers van twee locaties op één locatie en het invoeren van zelforganiserende teams. Er rezen problemen in de samenwerking tussen de secretariële medewerkers. Werkgever heeft meerdere pogingen gedaan om de samenwerking te verbeteren, onder meer door de inzet van: (i) een extern bureau voor coaching en begeleiding van het secretariaat, (ii) een externe bemiddelaar, (iii) het maken van strikte werkafspraken, (iv) persoonlijke coaching voor werkneemster en (v) een arbeidsmediator. Na afronding van de mediation is gebleken dat de onderlinge werkrelatie binnen het secretariaat zodanig verstoord was geraakt, dat sprake was van een onwerkbare en ongezonde situatie.

Werkgever heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met werkneemster te ontbinden. De kantonrechter oordeelde dat de g-grond niet ziet op situaties waarin sprake is van een horizontale verstoring van het dienstverband en er van een ernstige verstoring van de verticale arbeidsrelatie in dit geval geen sprake was. Wel achtte de kantonrechter de horizontale verstoring dusdanig ernstig, dat ontbinding op de h-grond gerechtvaardigd was.

Het hof overwoog echter dat werkgever op basis van deze bevindingen en alle eerdere inspanningen redelijkerwijs niet anders kon concluderen dan dat alle pogingen om tot verbetering van de samenwerking te komen waren mislukt en dat ook de ultieme arbeidsmediation was mislukt. Waar de verstoring van de arbeidsverhouding tot aan de inzet van de mediation nog als een puur horizontale verstoring kon worden gezien, kreeg deze door het gebrek aan inzet van werkneemster om de situatie te verbeteren ook het karakter van een verstoring in de relatie tussen werkgever en werkneemster. Bovendien werd het secretariaatsconflict als risico voor de hele organisatie gezien.

Onder het oude ontslagrecht had de rechter de vrijheid om ook een horizontale verstoring aan te merken als ontbindingsgrond mits deze van dien aard was dat de dienstbetrekking dadelijk of na korte tijd moest eindigen. Uit de wetsgeschiedenis is volgens het hof niet af te leiden dat beoogd is om de ruime beoordelingsbevoegdheid die de rechter onder het oude recht had ten aanzien van de huidig geformuleerde g-grond in te perken.

Hof Arnhem-Leeuwarden 12 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6480.

Meer weten over dit onderwerp? 

Frederique de Jong

E: Frederique.deJong@LenAadvocaten.nl

T: +31 (0)20 760 8817