De WNT en de billijke vergoeding

29/01 2018

De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft in een procedure van zorginstelling Warande geoordeeld dat de ten onrechte ontslagen bestuurder, naast de transitievergoeding van € 153.996, ook recht heeft op een billijke vergoeding van € 50.000 omdat Warande ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding laat de kantonrechter de WNT (Wet normering topinkomens) meewegen. Heeft de WNT een dempende werking op de billijke vergoeding?

De casus

De zaak gaat samengevat over een bestuurder van een zorginstelling die na een fusie verantwoordelijk wordt voor 7 vestigingen en een aantal nevenvestigingen met ruim 1100 medewerkers. Warande staat vanaf 2014 onder verscherpt toezicht van de IGZ. Met regelmaat zijn vestigingsmanagers vertrokken uit onvrede over het bestuur. De raad van toezicht worstelt ook met de samenwerking met de bestuurder en schakelt daarom een extern bureau in om de communicatie en de onderlinge samenwerking te verbeteren. Eind 2016 spreekt de raad van toezicht het vertrouwen uit in de samenwerking met de bestuurder. Als echter in maart 2017 weer 2 vestigingsmanagers zich beklagen bij de raad van toezicht en de eerder gesignaleerde problemen over o.a. de kwaliteit van de zorg en andere tekortkomingen die niet opgelost worden, besluit de raad van toezicht unaniem het vertrouwen in de bestuurder op te zeggen. De bestuurder wordt per direct op-non actief gesteld omdat zij niet bereid is haar werk neer te leggen. De raad van toezicht communiceert vervolgens via het intranet dat van de bestuurder afscheid wordt genomen en dat de interim bestuurder de taken overneemt. Een commissie van bemiddeling en advies is zeer kritisch over de handelwijze van de raad van toezicht, omdat zonder enig inhoudelijk overleg met de bestuurder eenzijdig is besloten het vertrouwen op te zeggen. De commissie acht de raad van toezicht hoofdzakelijk zelf verantwoordelijk voor de onwerkbare situatie. De ondernemingsraad is het volledig eens met de conclusie van de commissie.

Oordeel kantonrechter

Volgens de kantonrechter staat met het opzeggen van het vertrouwen door de raad van toezicht vast dat een onwerkbare situatie is ontstaan. Dat betekent dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gegeven is. Dat staat echter geheel los van de vraag of de raad van toezicht dat op goede gronden heeft kunnen doen, aldus de kantonrechter. De kantonrechter oordeelt van niet. Het opzeggen van het vertrouwen, het op non-actief stellen en het binnen de organisatie daarover communiceren, lijkt sterk op een situatie van ontslag op staande voet en is onnodig beschadigend voor de bestuurder. De raad van toezicht had als goed werkgever eerst en tijdig met de bestuurder in gesprek moeten gaan over haar functioneren, waarover kennelijk al langer twijfels bestonden. De handelwijze van de raad van toezicht is volgens de kantonrechter daarom ernstig verwijtbaar. Om die reden wordt aan de bestuurder, naast de transitievergoeding van € 153.996, een billijke vergoeding toegekend. Behalve de ernst van het verwijt dat Warande treft moet volgens de kantonrechter ook meewegen dat de WNT van toepassing is. De kantonrechter kent € 50.000 toe en zegt hierover het volgende: “Die wet maximeert de salarissen en ontslagvergoedingen die werkgevers en topfunctionarissen van instellingen met een publieke taak kunnen overeenkomen, omdat het publiek geld betreft dat primair aangewend dient te worden voor de publieke taak, in dit geval de zorg. De kantonrechter is weliswaar niet gebonden aan de in de WNT opgenomen maximering, maar dat neemt niet weg dat het doel en de strekking van die wet wel als relevante omstandigheid in de overwegingen wordt betrokken.

Commentaar

De rechter dient bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding alle omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen. Dat volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2017. De billijke vergoeding moet in ieder geval verband houden met de ernst van de verwijtbare gedraging. Factoren waarmee de rechter verder rekening kan houden zijn de financiële situatie van de werkgever, de inkomenspositie van de werknemer (nieuwe baan), de verwachte duur van het dienstverband, de transitievergoeding. Het is niet duidelijk hoe ‘zwaar’ de rechter de WNT in de zaak van Warande laat meewegen. De bestuurder had een billijke vergoeding van € 150.000 gevorderd. De rechter laat behalve de WNT ook de lange opzegtermijn van 6 maanden meetellen, waarin niet meer wordt gewerkt.

Uit deze uitspraak kan worden afgeleid dat de kantonrechter rekening kan houden met de WNT, als een factor die een dempende werking kan hebben op de hoogte van de billijke vergoeding. Of dat in een individuele zaak ook terecht is, omdat sprake moet zijn van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever om recht te kunnen hebben op een billijke vergoeding, is een andere vraag.

Wilt u meer weten over de WNT en laatste nieuws? Leest u dan ook ons andere bericht hierover op onze website!

Hanneke Klinckhamers

T: +31 20 760 8813

E: hanneke.klinckhamers@lenaadvocaten.nl