Hardlopen en klussen tijdens ziekte: ontslag op staande voet?

14/04 2015

Een werkgever ontdekt dat een arbeidsongeschikte werknemer hardloopwedstrijden loopt en aan zijn woning klust en ontslaat hem op staande voet. De rechter oordeelt dat niet de werkgever, maar de bedrijfsarts moet oordelen of deze activiteiten de re-integratie belemmeren: ontslag op staande voet niet rechtsgeldig.

Hardlopen en klussen tijdens ziekte: ontslag op staande voet?

Een werkgever ontdekt dat een arbeidsongeschikte werknemer hardloopwedstrijden loopt en aan zijn woning klust. Daarop ontslaat hij hem op staande voet. De werknemer zou niet aan zijn re-integratieverplichtingen voldoen en zijn genezing belemmeren. De rechter oordeelt echter dat het niet aan de werkgever is om te bepalen of de werknemer door deze activiteiten zijn re-integratie belemmert, maar aan de bedrijfsarts. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig.

Feiten

Werknemer, 57 jaar oud, werkt sinds 1 oktober 2007 bij een installatiebedrijf als magazijnmedewerker. Sinds 8 maart 2012 is werknemer arbeidsongeschikt. Op advies van een arbeidsdeskundige is in september 2012 re-integratie tweede spoor ingezet. Vanaf 25 oktober 2012 is werknemer gestart met passende arbeid extern.

Op 4 juli 2013 ontslaat werkgever de werknemer op staande voet vanwege schending van zijn re-integratieverplichtingen. Hij heeft deelgenomen aan hardloopwedstrijden en geklust aan zijn woning (het vervangen van dakgoten), terwijl hij geen toestemming heeft gevraagd voor deze activiteiten.

Werknemer heeft op 5 juli 2013 de nietigheid van het ontslag ingeroepen. Per e-mail van 6 juli 2013 laat de bedrijfsarts weten dat hij niet wist dat werknemer deelnam aan hardloopwedstrijden; de bedrijfsarts verkeerde in de wetenschap dat werknemer slechts 2 keer per week een stukje ging hardlopen. Werknemer zou de hardloopactiviteiten ook nooit hebben gemeld. Had hij dat wel gedaan, dan had dat onmiddellijk gevolgen gehad voor het inzetbaarheidsadvies, aldus de bedrijfsarts.

Op 8 juli 2013 stond er een afspraak bij de bedrijfsarts. Deze heeft de werkgever geannuleerd vanwege het ontslag op staande voet en werkgever heeft aangegeven het ontslag op staande voet door te zetten. Daarop is de werknemer een kort gedingprocedure gestart. De werkgever heeft een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend. De vorderingen van werknemer zijn in kort geding afgewezen en er is voorwaardelijk ontbonden per 1 oktober 2013, zonder vergoeding. De werknemer is vervolgens een procedure gestart bij de bodemrechter.

De bodemprocedure

De kantonrechter moet in de bodemprocedure oordelen of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Overigens wordt uit de uitspraak niet duidelijk wat de beperkingen van werknemer precies waren. Werknemer stelt zich onder meer op het standpunt dat de hardloop- en klusactiviteiten zijn re-integratie niet hebben belemmerd. Hardlopen zou juist een positieve invloed hebben gehad. Bij de werkzaamheden aan zijn woning zou hij niet over de grenzen van zijn belastbaarheid zijn gegaan, aldus werknemer. De kantonrechter oordeelt dat een medisch deskundige de vraag moet beantwoorden of vorengenoemde activiteiten de re-integratie hebben belemmerd. Werkgever moet eerst overleggen met de bedrijfsarts voordat hij een werknemer op staande voet ontslaat. Het niet verstrekken van inlichtingen door de werknemer levert ook geen dringende reden op: in zo’n situatie geldt de sanctie van loonopschorting, zo oordeelt de kantonrechter. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig.

Rechtbank Noord-Nederland 18 december 2014 (datum publicatie: 2 april 2015)

 

 

Heeft u een vraagstuk rondom dit onderwerp?

Neem dan gerust en vrijblijvend contact op met Irene Francken op telefoonnummer +31 (0)6 31 00 01 15 of per e-mail via: Irene.Francken@LenAadvocaten.nl