Categorie Rechtspraak

Eenzijdig wijzigen arbeidsvoorwaarden vanwege corona: uitstellen salarisverhoging wel, maar beperken vakantiedagen niet zonder meer toegestaan

20/05 2021

Vanwege de financiële gevolgen van de coronamaatregelen, wijzigt de werkgever eenzijdig de arbeidsvoorwaarden van zijn werknemers. De wijzigingen betreffen het uitstellen van salarisverhogingen en het beperken van vakantiedagen.

De kantonrechter overweegt dat een werkgever slechts een beroep kan doen op een eenzijdig wijzigingsbeding, indien hij bij wijziging een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemer(s) dat door die wijziging wordt geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

De kantonrechter oordeelt na een belangenafweging dat de werkgever de arbeidsvoorwaarde betreffende de salarisverhoging eenzijdig mocht wijzigen. Voor het beperken van de vakantiedagen geldt dat niet.

Feiten

In de arbeidsovereenkomsten tussen werknemers en werkgever is bepaald dat het arbeidsvoorwaardenreglement van toepassing is. Het arbeidsvoorwaardenreglement bevat een eenzijdig wijzigingsbeding.

Vanwege de financiële gevolgen van de coronapandemie, besluit werkgever medio april 2020 de arbeidsvoorwaarden te wijzigen. De wijzigingen betreffen het uitstellen van de salarisverhogingen van april en oktober 2020 naar januari 2021, geen opbouw van bovenwettelijke vakantiedagen over de tweede helft van 2020 en het verplicht opnemen c.q. verval van een deel van het vakantiesaldo. De OR heeft ingestemd met de wijzigingen.

In deze procedure vorderen de werknemers onder meer een verklaring voor recht dat de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden onrechtmatig is en nakoming van het arbeidsvoorwaardenreglement.

Beoordeling van de kantonrechter

De kantonrechter overweegt dat artikel 7:613 BW bepaalt dat een werkgever slechts een beroep kan doen op een dergelijk beding, indien hij bij wijziging een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemer(s) dat door die wijziging wordt geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. In dit kader is door de Hoge Raad overwogen dat het hierbij gaat om “een belangenafweging, waarbij geldt dat een arbeidsovereenkomst alleen ten nadele van de werknemer kan worden gewijzigd indien voldoende zwaarwegende belangen aan de zijde van de werkgever dat rechtvaardigen.” (Zie: Hoge Raad 29 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1864, Fair Play.)

Uitstellen van de salarisverhoging:

De kantonrechter oordeelt na een belangenafweging dat de acute financiële problemen van de werkgever een zodanig zwaarwichtig belang vormen dat de belangen van de werknemers daarvoor moeten wijken. Zij worden weliswaar in hun (toekomstige) financiële positie aangetast, maar van een ‘loonoffer’ is geen sprake. Daarbij speelt mee dat de werknemers een deel van de salarisverhoging van april 2020 reeds hebben ontvangen en dat het geen permanente wijziging betreft, maar een eenmalige, tijdelijke maatregel. Tot slot weegt mee dat de OR heeft ingestemd met de wijziging.

Beperken opbouw van vakantiedagen en verplicht opnemen c.q. verval van vakantiedagen:

De kantonrechter oordeelt dat vakantie als een belangrijke arbeidsvoorwaarde moet worden beschouwd en dat werknemers recht hebben op recuperatie. Het belang van de werknemers om vakantie op te nemen op het moment dat zij daar behoefte aan hebben en niet op aanwijzen van werkgever, moet zwaarder wegen dat het financiële belang van werkgever om de vakantiereserveringen terug te dringen en daarmee haar liquiditeit te verbeteren. Bij deze afweging speelt mee dat werknemers tijdens de lockdown gewoon hebben doorgewerkt en dat sommige werknemers het extra druk hadden wegens beëindiging van de arbeidsovereenkomsten van hun collega’s. Naar het oordeel van de kantonrechter is er dus ten aanzien van het beperken van vakantiedagen geen sprake van een zodanig zwaarwichtig belang van de werkgever dat de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden rechtvaardigt.

Eenzijdig wijzigen van arbeidsvoorwaarden

Voor het wijzigen van arbeidsvoorwaarden met een eenzijdig wijzigingsbeding ex artikel 7:613 BW gelden strenge eisen. De werkgever moet aannemelijk maken dat hij een zwaarwichtig belang heeft bij de beoogde wijziging. Vervolgens dient een belangenafweging te worden gemaakt en moet de werkgever aantonen dat zijn belang zo zwaarwichtig is, dat de belangen van de werknemer bij ongewijzigde instandhouding van die arbeidsvoorwaarde daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moeten wijken. Of in een specifiek geval sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang dat een eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden rechtvaardigt, hangt af van alle omstandigheden van het geval.

Uit deze uitspraak blijkt dat de (negatieve effecten van de) coronacrisis een omstandigheid is die van belang kan zijn bij de voornoemde belangenafweging. Het vormt echter niet zonder meer een zodanig zwaarwichtig belang dat de belangen van de werknemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moeten wijken c.q. een eenzijdige wijziging rechtvaardigt.

Indien u als werkgever wenst over te gaan tot het (eenzijdig) wijzigen van de arbeidsvoorwaarden of daar vragen over heeft, kunt u contact opnemen met L&A advocaten.