Auteur Merle van den Berg
Categorie Rechtspraak

Ontslag op staande voet na weigering re-integratie is een te zware sanctie

13/12 2021

Een langdurig zieke werkneemster is na weigering passende werkzaamheden op staande voet ontslagen. In eerste aanleg hield het ontslag stand. In hoger beroep oordeelde het hof dat een ontslag op staande voet na weigering re-integratie een te zware sanctie is omdat het verlies van het recht op loon door loonopschorting en het mislopen van de transitievergoeding al voldoende zwaar zijn. Lees hierover meer in deze blog.

Feiten

Werkneemster is in maart 2020 ziek geworden. Op 2 juli 2020 heeft de bedrijfsarts gesteld dat zij geschikt was om te starten met passende werkzaamheden. Op deze dag heeft werkgever haar laten weten dat zij werd verwacht haar werkzaamheden in aangepaste vorm te hervatten. Werkneemster heeft dit niet gedaan, waarna ze is gesommeerd dit alsnog te doen. Vervolgens heeft werkgever een tweede sommatie gestuurd en aangekondigd het loon op te schorten wanneer werkneemster niet weer aan het werk zou gaan. Werkneemster heeft haar werkzaamheden niet hervat. Werkgever heeft daarop het loon opgeschort. Ook de waarschuwing dat een weigering gevolgen kon hebben voor haar dienstverband had geen effect. Op 3 augustus 2020 is werkneemster uiteindelijk op staande voet ontslagen.

Volgens het deskundigenoordeel van het UWV heeft werkneemster onvoldoende meegewerkt aan de re-integratie.

Werkneemster heeft bij de kantonrechter een verzoek ingediend waarin staat dat het ontslag onrechtmatig is en dat zij daarom recht heeft op een billijke vergoeding van €8.000,-. In eerste aanleg oordeelt de kantonrechter dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven, zodat werkneemster geen recht heeft op een billijke vergoeding.

Hof: ontslag op staande voet te zware sanctie

Het hof is van oordeel dat een werkgever ingeval van weigering van re-integratie terughoudend moet zijn met het geven van ontslag op staande voet. Het  recht van loonopschorting is immers al een sanctie waarin de wet in een dergelijk geval voorziet. Het uitgangspunt van de wet is dat een zieke werknemer beschermd moet worden. Het hof oordeelt dat een ontslag op staande voet in een situatie als de onderhavige een te zwaar middel is. Het verlies van het recht op loon en de transitievergoeding, zijn volgens het hof voldoende zwaar in dit geval.

Uit de rechtspraak volgt dat een ontslag op staande voet een uiterst middel is dat enkel met terughoudendheid gebruikt dient te worden. Ontslag op staande voet is pas mogelijk als er sprake is van bijkomende bijzondere omstandigheden, zoals een werknemer die gemaakte afspraken negeert, herhaaldelijk controlevoorschriften niet nakomt en gedurende een langere periode onbereikbaar is voor de werkgever. Uit bovenstaande blijkt dat een arbeidsongeschikte werknemer het wel heel bont moet maken voordat een rechter een ontslag op staande voet rechtsgeldig acht.