Categorie Rechtspraak

Vervolg op uitspraak over weigering mondkapje op werkvloer: ontbinding, maar wel met billijke vergoeding

01/04 2021

In kort geding heeft de rechter geoordeeld dat de werkgever in de gegeven omstandigheden de werknemer de toegang tot de werkvloer mocht ontzeggen en tevens zijn loon mocht opschorten omdat hij weigerde een mondkapje te dragen (zie hierover ons eerdere blog). In deze bijdrage bespreken wij de uitspraak van de kantonrechter ten aanzien van het ontbindingsverzoek van de werkgever. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond) en kent aan de werknemer, naast de wettelijke transitievergoeding, een billijke vergoeding van € 3.000 toe.

Feiten voor kort geding
Werknemer is sinds 2014 in dienst bij werkgever, een patisserie/chocolaterie/ijssalon. Werknemer brengt goederen rond tussen de verschillende vestigingen van werkgever.

Op 13 oktober 2020 stuurt werkgever een bericht aan al zijn werknemers over de verplichting voortaan met mondkapjes te werken.

Vervolgens (gedurende de vakantie van werkgever) heeft werknemer tijdens werktijd geen mondkapje gedragen. Hij is hierop aangesproken door de chef productie en een andere collega.

Na terugkomst van vakantie spreekt werkgever werknemer hierop aan. Ook wordt hij op non-actief gesteld en zijn loon opgeschort.

Tweemaal bericht werkgever werknemer dat hij deze maatregelen zelf ongedaan kan maken door voortaan wel een mondkapje te dragen. Werknemer doet dit niet. Als gevolg daarvan dient werkgever het verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in.

Vonnis in kort geding (13 januari 2021)
Vervolgens vordert werknemer wedertewerkstelling en loonbetaling in een kort geding. Over de afwijzingen daarvan schreven wij al eerder een blog. Kort gezegd oordeelt de voorzieningenechter dat werkgever in redelijkheid de instructie tot het dragen van een mondkapje heeft mogen geven en dat werknemer gehouden was deze instructie op te volgen. Daarbij was werkgever, zolang werknemer in de weigering persisteert, bevoegd om de loonbetaling aan werknemer op te schorten en hem de toegang tot het werk te ontzeggen.

Feiten na kort geding
Na kennisneming van het vonnis verklaart werknemer zich bereid om toch een mondkapje te dragen. Werkgever reageert dat er echter al schade is geleden en dat de kwestie tot veel emotie/spanning heeft geleid. Werkgever stuurt werknemer een voorstel voor de beëindiging van het dienstverband toe. Na een korte onderhandeling komen de partijen niet tot overeenstemming.

Vervolgens verzoekt werkgever werknemer om de volgende dag om 07:00 uur zijn werkzaamheden te hervatten. Werknemer geeft aan dat hij eerst een gesprek wil hebben met werkgever ‘om de kou uit de lucht te halen’. Werkgever trekt hieruit de conclusie dat werknemer zijn eerdere toezegging om een mondkapje te gaan dragen weer intrekt. Daarop staakt hij wederom de loonbetaling en zet het ontbindingsverzoek door.

Het ontbindingsverzoek
Werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (e-grond) of  een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond).

Werknemer voert verweer tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Subsidiair verzoekt hij o.a. een billijke vergoeding van € 15.000.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter stelt voorop dat in de periode tot aan het vonnis in kort geding beide partijen verwijten kunnen worden gemaakt.

In de periode na het vonnis zijn werknemer echter geen serieuze verwijten meer te maken volgens de kantonrechter. Omdat de werknemer heeft verklaard wel een mondkapje te gaan dragen, was er geen grond (meer) om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van (ernstig) verwijtbaar handelen van de werknemer.

Werkgever daarentegen heeft na het vonnis onvoldoende gedaan om de onderlinge verhoudingen te herstellen en gezorgd voor verdere escalatie van het onderlinge conflict, zo oordeelt de kantonrechter. Hij had na de uitspraak en de toezegging van werknemer professioneel moeten zijn en het gesprek over de oplossing van het conflict moeten aangaan. In plaats daarvan heeft werkgever ervoor gekozen om werknemer een beëindigingsvoorstel te doen. Toen werknemer niet akkoord ging met het voorstel heeft werkgever de verhoudingen opnieuw onnodig op scherp gezet door werknemer te sommeren de volgende ochtend het werk te hervatten en niet in te gaan op zijn verzoek eerst een gesprek te hebben. De daaropvolgende loonstaking heeft de verhoudingen nog verder doen escaleren. Deze opstelling getuigt naar het oordeel van de kantonrechter niet van goed werkgeverschap. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) onder toekenning van de wettelijke transitievergoeding.

De kantonrechter acht het voornoemde handelen van werkgever ernstig verwijtbaar. Gelet op alle omstandigheden, zoals de gebrekkige communicatie over en weer en de deskundigheid en brede ervaring van de werknemer, vindt de kantonrechter een billijke vergoeding van € 3.000 passend.

Werkgever mocht zijn werknemers verplichten om een mondkapje te dragen. Deze uitspraak maakt duidelijk dat een weigering daarvan niet hoeft te leiden tot (ernstig) verwijtbaar handelen van de werknemer. Na een verklaring van de werknemer om toch een mondkapje te dragen, hetgeen wil zeggen dat de weigering van de werknemer is opgeheven, dient de werkgever de werknemer weer toe te laten op de werkvloer. Een weigering daarvan en om mee te werken aan de oplossing van het conflict kan juist leiden tot (ernstig) verwijtbaar handelen van de werkgever.

 

Bron Rechtbank Midden-Nederland 5 maart 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:863.